mijn Droommoestuin
Lekkere groente uit eigen tuin, natuurlijk wil iedereen dat wel. Het vele werk op een moestuin houdt veel mensen tegen. Waarom zou je zoveel energie steken in het kweken van groente en fruit als het bij de supermarkt gewassen, gesneden en keurig verpakt in de schappen ligt. Zelfs een etiketje van 2 ons groente per persoon per dag zit op het zakje geplakt. Het enige wat er dan nog te doen valt is het bereiden en opeten.

Gelukkig ben ik wel de trotse bezitter van een moestuin en ja, het is veel werk maar proef je de smaak van zelf gekweekte groente dan weet je waarom je een volkstuin wilt. Op ons volkstuincomplex zijn regels en kun je niet altijd tuinieren zoals je zou willen. Mijn droommoestuin zou er toch anders uitzien dan de volkstuin die ik tot nu toe bezit.
Op ons complex was/is de regel: De tuin moet zwart zijn op 1 mei. Dit houdt in, omgespit, het liefst 2 spade diep, geen onkruid en alle overbodige rommel verwijderen. Gelukkig komt er verandering in. De laatste tijd zie je meer vrouwen met een eigen volkstuintje, zij hebben andere ideeën dan de generatie mannen met hun stram in het gelid staande rijen groente.
Je ziet nu dat op sommige tuinen, de bloemen, fruitbomen en struiken elkaar afwisselen met verschillende soorten groente. Zo langzamerhand komt er een ommezwaai in de volkstuin cultuur, als voorzitter van dit complex probeer ik de oude garde te overtuigen dat er meer biodiversiteit moet komen.
Niet alleen aardappelen, bonen, uien, wortelen en kool op je tuin maar de vergeten groente soorten krijgen ook weer een plek. Zelfs tussen de stram in het gelid staande groenten zie je bloemen verschijnen, zoals zelf gezaaide Dahlia’s. Geweldig om te zien.

De netheid op de tuin wordt nog steeds bewaakt, de tuin controleur is nog iemand van de oude garde.
Vorig jaar was ik in het oosten van het land en daar zag ik mijn droommoestuin. Alles groeide door elkaar, bloemen en groente, toch zag alles er netjes uit. Over de pergola’s hingen de pompoenen en augurken.
Dit jaar ben ik begonnen om dit aan te leggen, helaas door een knie operatie, wat een kleine ingreep was heeft voor mij grote gevolgen, een bezige bij is tijdelijk uitgeschakeld, eerst 3 weken veel zitten en strompelen en nu na 5 weken nog altijd een pijnlijk dikke knie die door de dikte niet wil buigen, zo vordert de tuin niet snel.
In de boomgaard had al gras moeten liggen maar er is nog maar een deel klaar. De vakken voor de bloemen en groente zijn al wel aangelegd maar het zaaien vlot nog niet zo. De bloementuin met vaste en éénjarige planten krijgt al wel vorm, natuurlijk staan er veel bij-vriendelijke planten.

Mijn vingers jeuken om meer te doen, mijn humeur daalt, niet alleen omdat dit lijf niet wil wat ik wil maar ook mijn gevleugelde vriendjes zijn dit jaar heel vervelend. De vakken waar ik zaad in had gestrooid en erwtjes had geplant zijn weer leeg, vele pootjes en snaveltjes zijn bezig geweest om de tuin om te spitten. Terwijl ik dit zelf niet meer doe, spitten bedoel ik.
Dromen over mijn moestuin gaat gelukkig wel. Met de vorm die ik in gedachten heb stel ik de tuincontroleur tevreden, toch netjes door de de keurige vakken maar in de vakken verschijnt over enige tijd…….een explosie van groenten en bloemen.
Twee strooien vogelverschrikkers wil ik tussen al die bloemen plaatsen. Een meneer en mevrouw met van die mooie strooien hoedjes.
Wie heeft er voor mij een werktekening???

Mijn droommoestuin vind je in Wolfheze, de Boschhoeve.
Bijenstal
Het is voorjaar en ik ben druk aan het werk op de moestuin, de bijenstal staat en het is een mooi bouwwerkje geworden, aan één zijde is een haagbeuk geplaatst zodat de buren geen overlast hebben van de bijtjes en aan de andere zijde heb ik rode bessen struiken geplaatst. Zo worden de bijen gedwongen om een bepaalde aanvlieg route te volgen. Zelf vind ik de stal mooi geworden. Het huisje waaraan de stal gebouwd is moet nog geschilderd worden en aan één zijde van het huisje een dakgoot plaatsen. Een groot deel van mijn tuin heb ik aan Peter gegeven voor zijn boomgaard en bijenstal, er blijft voor mij in de 12 vakken nog genoeg ruimte over voor wisselteelt en dan natuurlijk mijn pluktuin, de eerste planten staan er ondertussen in. Polemonium caeruleum alba, Physostegia virginiana “alba” en de Sidalcea candida, deze planten heb ik gekocht bij Hobbykwekerij Erna. Al deze planten zijn goede snijbloemen.
Ondertussen staan er in de boomgaard 2 kersenbomen, 2 pruimenbomen. 3 perenbomen en 5 appelbomen, 12 stuks totaal. Verder 3 zwarte bessen, 5 rode bessen, een haag frambozen, 1 tayberry, 1 jostabes, 3 kruisbessen, 2 japanse wijnbessen en 6 Amerikaanse blauwe bessen en niet te vergeten 50 aardbeiplanten. Zoveel fruit, kunnen we dat wel met zijn tweeën opeten? Wordt dat fruit eten bij ontbijt, lunch en diner? Komt het ons straks de oren uit? Gelukkig kun je veel mensen een plezier doen met fruit, een andere optie is met een kraampje langs de route naar de Texelse boot. Ze staan meestal uren in de file om op de boot te komen. Nee, die optie lijkt me niets, die tijd breng ik liever door met een mooi boek en een glas vers geperst sap.
Binnenkort gaan we gras zaaien en wordt de kale grond omgetoverd tot een echte boomgaard waar onze bijen veel nectar zullen vinden bij al die fruitboompjes. Langs de afscheiding van onze tuin zaai ik bijvriendelijke planten, zoals gele lupine, luzerne en wilde bloemen. Het wordt vast een plaatje.
Afgelopen week heb ik bietjes, in verschillende soorten gezaaid, van Egyptische tot oerbiet, verder stamdoppers, rijspeulen en blauw schokkers. Ook meerdere soorten éénjarige bloemen. Het is allemaal iets aan de late kant maar de winter duurde dit jaar ook langer dan vorig jaar en zo ben ik ook wat later aan de tuin begonnen. Ook heb ik verschillende soorten tomaten gezaaid en mini komkommers, meestal om deze tijd ben ik al aan het verspenen maar nu steken de eerste sprietjes net hun kopje boven de grond. Gisteravond zijn de paprika zaadjes de grond in gegaan.
De kropjes sla beginnen al te groeien, er staat ijsbergsla, kropsla en eikenbladsla. De rode uien, sjalotjes en zomerprei staan al in de grond, de aardappelen heb ik gepoot. Dit jaar heb ik 6 kilo potertjes, 6 verschillende soorten, o.a Roseval, Blaue Sweden en Schwarze Ungarin. Op het moment eten we nog altijd van onze aardappelen van vorig jaar, de oogst was toen extreem groot.
Ik hoop deze week alles geplant te hebben, de kas heb ik nog niet schoongemaakt maar dat moet ook nog binnen 3 dagen gebeuren. Vanaf donderdag ben ik even een tijdje uit de running, ik mag me 22 april melden voor een kijkoperatie aan mijn knie. Tijd voor een aantal spannende boeken, even rust maar o wat zal het kriebelen in mijn vingers om wat op de tuin te gaan doen.
Verheug me op de zomer en hoop dat het weer ons dit jaar goed gezind is en we vele uurtjes op ons volkstuintje kunnen vertoeven. Deze zomer gaan we niet lang op vakantie, het blijft bij 6 dagen tuinreis naar het Lake district in Engeland. Tijd genoeg dus om de oogst te verwerken.
De foto’s plaats ik morgen ,nu gauw naar de tuin.
Maart gevoel
Maart
Nou is de Winter weggeruimd.
Die aan de aard zat vastgevroren,
Nou is het vuil er afgeschuimd
En komt de blote grond te voren.
Maart heeft de korst al schoongespoeld
En blaast er op om ‘t af te drogen;
Zijn eigen borst is blootgewoeld
Daar gaat die knaap: – zijn donkre ogen,
Als vijvers waar een bloem in drijft
Maar waar geen bodem is te schouwen
En ‘t wijze water doodstil blijft
Kijken in ledige landouwen;
Hij houdt een dood blad in zijn mond,
En blaast het weg – een vreemde vlinder!
Dan zoekt hij ijvrig aan de grond:
Hij is de mooie bloemenvinder,
Waarnaar de eerste krokus gluurt
En opkijkt uit haar winterdromen
Luister! een lijster tureluurt
Al ginder in de hoge bomen!
Die heeft het gure tij al lief!
Die roept het licht om mee te spelen:
Wat zou zo’n boze lentedief
Anders dan zonnestralen stelen?
Daar zijgt de zon in ‘t waterland
En lacht een rimpling in de sloten,
De jonge Maart slaapt aan de kant,
Met de eerste bloem, bij de eerste loten.
De schrale aard leek uitgeteerd
En afgeleefd in al haar naden
En zwarte voegen, – zie: nou keert
Haar jeugd uit de geleden schade!
Zij heeft gedragen en gebaard,
Al zoveel eindeloze malen
Nou staat haar stil gelaat verklaard
En gaat zij rustig ademhalen.
Zo’n lieve lach heeft ook een vrouw,
Als ze uit het bleke bed weer ‘t leven
Ziet en aanneemt en weer de vouw
Van naar verdriet heeft gladgewreven.
Als aard en akker draagt ons hoofd
De voren van zijn wil en werken,
Geen hand, die uit die voegen rooft,
Geen wind, die ons de diepe merken
Van ‘t leven en het weten neemt!
Leun gij dan, maat, op de oude spade!
Zie naar die gaard en klare beemd,
En lees de vrucht van al uw daden
En al uw kommer in de lach
Van wat vergaat en wordt geboren:
Uw leven is een dorre dag.
Hebt gij een dode schijn verloren
Zij gij ‘t die de eerste paasbloem vindt
Om daar de aard mee af te romen,
Tot de eerste Mei uw dorstig kind
Over zijn bloesems heen ziet komen,
En gij in de geruste schoot
Van Hollands wei u leit te slapen;
Maar ‘t leven verft uw lijf nog rood!
En roept uw klare geest te wapen
In ‘t werktuig dat uw leger teelt,
In ‘t voorjaar dat uw moed zal dragen,
Uw onder-gang en op-tocht beeldt
In de gedaante van de dagen,
Wier ring in u zijn orde herschept.
O gij: gedenk de stille maaier,
Die vroeg genoeg zijn voeten rept!
Zie! zie: daarginder gaat een zaaier!
Schrijver: C.S. Adama van Scheltema

Vandaag een deel van de grassen geknipt in de stadstuin. De salamanders maakten rimpels op het wateroppervlak van de vijver. De wind was nog schraal maar ik voelde even de lente.
Pindakaasparadijs
In het eerste nummer van Landleven van 2010 staat een leuk artikel over een pindavogelpot. Het artikel is voorzien van tekeningen en foto’s en een werkbeschrijving.

Op een zondag, uiteraard een zondag dat de bouwmarkt is gesloten, besluit je dat het toch wel leuk is om zo’n ding te maken.
Een rond stokje, een iets dikker rond stukje hout tja dat heb je nu net niet in de schuur liggen. Met een hard houten lat en een beetje multiplex moet het ook lukken. Zo rond het middaguur staat het geval in de tuin en nu maar wachten totdat de vogels het lekkers gaan ontdekken en van de pindakaas gaan snoepen. De pot pindakaas is wel op zondag aangeschaft, bij ’s lands grootste grutter, weinig zout en met stukjes noot. De eerste week is er geen hap van de pindakaas genomen. Vreemd want in de tuin zijn toch vogels genoeg. Er zijn kramsvogels, mussen, groenlingen, merels en onze vaste buurt bewoners de kool- en pimpel mezen.

Aan het einde van de tweede week is het een roodborstje die het eerste hapje neemt kort daarop gevolgd door de koolmeesjes en de pimpelmeesjes. In week drie zijn het de spreeuwen die de buit met elkaar verdelen. Andere vogels krijgen geen kans meer om maar in de buurt te komen van de pindakaas. Ze zitten op de erf scheiding te wachten totdat ze de etende spreeuw kunnen aflossen. Duurt het te lang, en dat is al heel snel, dan wordt de eter verjaagd en begint het spelletje opnieuw.
Nu denkt u wellicht, zo’n grote pot pinda kaas, toch al snel 10 cm hoog, daar gaan de vogels niet in. De pot wordt zo schoon gegeten dat de vogels erdoor naar buiten kunnen kijken zodat er van angst kennelijk geen sprake is. De eerste pot pindakaas is leeg en van nummer twee is de bodem in zicht. Etende vogels trekken nog meer vogels en onze poes Mina mekkert achter de ramen heel wat af bij het zien van al die lekkere hapjes. Als het aan ons ligt blijft het bij mekkeren en zal ze haar maal moeten doen met kattenvoer.

Gastschrijver: Peter
Ze mekkert niet alleen maar Mina kan ook heel lief zijn.
De lente komt van ver
De lente komt van ver, ik hoor hem komen
en de boomen hooren, de hooge trilboomen,
en de hooge luchten, de hemelluchten,
de tintellichtluchten, de blauwenwitluchten,
trilluchten.
O hoor je haar komen
met je zachte warme vingeren
hoog trillende in de bloeme-
luchten die rondom klingelen?
met je vlottend haare
met het licht gebaren
van je blauwe vervlietende oogen
in het allerhooghooge
het hoogheilige luchtige goudluchtere licht?
hoor je ‘m komen tederstil licht?
Bovenstaand is een fragment uit een gedicht van Herman Gorter.
Kijk ik uit mijn raam zie ik een stralend blauwe lucht en krijg ik een lentegevoel. Mijn blik mag echter niet verder naar beneden dalen want dan aanschouwt mijn oog, daken met sneeuw en een wit besneeuwde tuin.
Ik hou van witte tuinen maar dan bedoel ik een tuin vol witte bloemen. Een tuin vol tederstil licht. Wat verlang ik naar de lente, als de eerste zonnestralen het klimop bereiken. Deze week ga ik witte bloemen zaaien in potjes op de vensterbank, de Ammi majus, witte Dille, een pracht op ranke steeltjes. Deze plant vlecht ik dit jaar door de border van mijn stadstuin samen met Cleome spinosa ‘Helen Campbell’, kattesnor. Ook in mijn pluktuin komen deze planten te staan, mooi om te verwerken in bloemschikken. Een oude liefde die ik weer gevonden heb.


