Pindakaasparadijs
In het eerste nummer van Landleven van 2010 staat een leuk artikel over een pindavogelpot. Het artikel is voorzien van tekeningen en foto’s en een werkbeschrijving.

Op een zondag, uiteraard een zondag dat de bouwmarkt is gesloten, besluit je dat het toch wel leuk is om zo’n ding te maken.
Een rond stokje, een iets dikker rond stukje hout tja dat heb je nu net niet in de schuur liggen. Met een hard houten lat en een beetje multiplex moet het ook lukken. Zo rond het middaguur staat het geval in de tuin en nu maar wachten totdat de vogels het lekkers gaan ontdekken en van de pindakaas gaan snoepen. De pot pindakaas is wel op zondag aangeschaft, bij ’s lands grootste grutter, weinig zout en met stukjes noot. De eerste week is er geen hap van de pindakaas genomen. Vreemd want in de tuin zijn toch vogels genoeg. Er zijn kramsvogels, mussen, groenlingen, merels en onze vaste buurt bewoners de kool- en pimpel mezen.

Aan het einde van de tweede week is het een roodborstje die het eerste hapje neemt kort daarop gevolgd door de koolmeesjes en de pimpelmeesjes. In week drie zijn het de spreeuwen die de buit met elkaar verdelen. Andere vogels krijgen geen kans meer om maar in de buurt te komen van de pindakaas. Ze zitten op de erf scheiding te wachten totdat ze de etende spreeuw kunnen aflossen. Duurt het te lang, en dat is al heel snel, dan wordt de eter verjaagd en begint het spelletje opnieuw.
Nu denkt u wellicht, zo’n grote pot pinda kaas, toch al snel 10 cm hoog, daar gaan de vogels niet in. De pot wordt zo schoon gegeten dat de vogels erdoor naar buiten kunnen kijken zodat er van angst kennelijk geen sprake is. De eerste pot pindakaas is leeg en van nummer twee is de bodem in zicht. Etende vogels trekken nog meer vogels en onze poes Mina mekkert achter de ramen heel wat af bij het zien van al die lekkere hapjes. Als het aan ons ligt blijft het bij mekkeren en zal ze haar maal moeten doen met kattenvoer.

Gastschrijver: Peter
Ze mekkert niet alleen maar Mina kan ook heel lief zijn.
Opruiming

Soms moet een mens drastisch ingrijpen en dat is wat ik gedaan heb in de stadstuin.
De stadstuin leek op een oerwoud, alle mooie varens en Hosta’s waren overwoekerd door het Lieve vrouwen bedstro, op dat moment kon ik alleen nog maar denken Wat lieve vrouw, een nare vrouw vind ik het.
Veel mooie planten zijn dood gegaan, de wortels van het bedstro hebben een 5 tot 10 cm dik tapijt op de tuin gelegd. Na de eerste vierkante meters gekuist te hebben kwam de prachtige niervaren in al zijn glorie te voorschijn. De schep is definitief in het bedstro gegaan, de hele tuin is veranderd en de varens en grassen hebben meer plek gekregen.

Rust is er in de tuin gekomen, de vijvers zijn weer te vinden en het zoekplaatje van waar is de vijver kan in de prullenbak.
De stapstenen zijn er uit geweest en het pad is verlegd zodat we niet constant met ons hoofd in de roodbladerige prunus zitten. Vier weken lang bezig geweest om van het oerwoud weer een tuin naar onze zin te maken. Ook een sleuf gegraven om een kabel voor verlichting in te leggen, daarop zijn 3 bollen op voet aangesloten en in de avonduren lijkt de tuin, als het licht aan is natuurlijk, een sprookjes tuin. Tevreden blik ik op onze tuin, het was kei hard werken maar het resultaat mag er zijn. Op het gaas zijn wilgentenenmatten bevestigd, alle klimmers zijn verwijderd. Meer dan de helft van de klimmers was doodhout.

September is een gunstige maand om planten te verzetten, de grond is nog warm en de planten slaan dan beter aan. Veel soorten zijn er verdwenen, behalve de varens en de Hosta soorten, die zijn allemaal gered, de wortels van het Lieve vrouwen bedstro waren verweven met de wortels van de andere planten. Bij enige twijfel hebben we de planten radicaal in de groene bak gedaan. Nog een keer zo’n tuin vol Lieve vrouwenbedstro is geen optie. Bij kwekerijen in Obdam, Buitenpost, Ede en Wolfheze hebben we nieuwe planten aangeschaft. Twee Brunnera’s, de Jack Frost stond al in onze tuin maar nu is Brunnera macrophylla ‘ Mr Morse’ er ook bij gekomen, leuk voor mensen zoals wij dat als ze eens een keer TV kijken dat het dan meestal gaat om een Engelse detective, zoals Frost of Morse.

In Wolfheze viel ik voor een aparte plant, de Salvia Phyllis Fancy. Wordt er vorst verwacht meer dan – 5 krijgt deze beauty een mooi jasje van bubbeltjesfolie en vullen we dat op met houtsnippers. Zo hopen we dat ze de winter overleefd.
Ook zijn er meerdere grassensoorten bij gekomen, Penstemon Husker red, helaas is ook deze niet winterhard, Penstemon, Little Bunny en meerdere soorten Miscanthus sinensis, zoals Ferner Osten en Kleine Fontäne. Grassen staan zo mooi in de herfst in de tuin, bij ieder zuchtje wind zie je de bloeiaren van het gras wenken.

Deze week gaan er nog wat bollen de grond en dan volgend jaar kijken waar er gaten gevallen zijn, daar wil ik volgend jaar wit bloeiende éénjarige planten zetten. Vanmiddag van de moestuin wat Verbena bonariensis stekken meenemen en tussen de varens plaatsen.
Volgend jaar hoop ik zittend tussen de rozen te genieten van de metamorfose van onze tuin.
Vanmiddag gaan we een begin maken om de moestuin op te ruimen, deze winter maak ik een schets hoe de tuin moet worden, in ieder geval een verhoogde kruidentuin, een veldje blauwe bessen, een pluktuin, de vakken voor wisselteelt groter en natuurlijk moet er een bouwtekening gemaakt worden voor ons bijenhuis. Ook hoop ik dan ook eindelijk mijn bijenhotel voor solitaire bijen te maken. Ach als je het zo opschrijft denk je valt mee maar in de praktijk pakt het altijd anders uit.

Winterbloemen
Eranthis hyemalis, de winterakoniet wordt gezien als een voorjaarsbode maar dan wel een onbetrouwbare. Voor mij valt hij onder de categorie bloemen van de winter. Kun je niet teleurgesteld zijn dat het nog geen Lente wordt. Op verschillende plaatsen in de tuin steekt hij zijn gele bloemhoofdjes boven het dorre blad uit. Zo’n mooie kleur geel. De bolletjes kunnen jarenlang op dezelfde plek staan waar ze langzamerhand uitdijen. Voor dit bolletje moet je wel geduld hebben, verwacht niet snel grote pollen van de Winterakoniet. Pas na enkele jaren zullen de Winterakonieten zich door zaad flink gaan uitbreiden.

De Winterakoniet is dit jaar erg laat, meestal kan vorst en sneeuw hem niet deren. Toch was het dit jaar wel het geval , hij is vast net als wij onder de indruk van een echte winter die we nu sinds lange tijd weer hebben gehad. Slechts 9 bloemetjes zijn te zien, de rest zie je nog net met een punt van het hoofdje boven komen.
De Winterakoniet
De bloembollen liggen
nog lekker te dromen
allemaal door een
laag aarde bedekt.
Het is nog te koud
om naar boven te komen
maar kijk eens wie daar
uit zijn slaap wordt gewekt!
Wie komt daar als eerste
de grond uit gekropen
nog voor dat de sneeuwklokjes
zich laten zien?
Wie doet daar zijn goudgele
knoppen al open?
Wie heeft hem geroepen
het voorjaar misschien?
Zo mooi schreef Cecily Mary Barker over de winterakoniet.
Vandaag is het één van de weinige dagen dat het weer redelijk mooi is. De tuinschoenen en handschoenen gepakt en vanmorgen begonnen met het voorjaar klaar maken van de tuin. Eerst al het dode siergras en de uitgebloeide bloemstengels uit de tuin verwijderd en dan…... zie je dat er al vele bloembollen hun steeltjes boven de grond uitsteken. Meer dan ik verwacht en gehoopt had, ook de stengelloze sleutelbloem heeft al een grote bladerkrans. Wordt het nu toch voorjaar?
Steeds kom ik even binnen, schrijf even aan mijn verhaaltje en warm mijn tintelende vingers aan een beker thee. Zo warm is het buiten nog niet. De berg met tuinafval wordt hoger en de tuin ziet er opgeruimd of eigenlijk kaal uit.
Toch zie je bij de afgeknipte stengels al de groene puntjes van het nieuwe blad verschijnen, nog even geduld en de tuin staat weer vol of zoals ieder jaar overvol.

De foto’s van de bloemen zijn nog niet zo scherp, nieuwe camera dus nog veel leren.
Schoonheid zonder boementuil
Mijn passie voor varens heeft een nieuwe impuls gekregen. Laatst las ik in een artikeltje van Romke van der Kaa over varens in boomstronken. Op internet is daar weinig tot niets over te vinden. In onze tuin liggen meerdere boomstronken, deze stronken wil ik dus gaan beplanten met varens. De meeste stronken zijn al redelijk vermolmd en zal het maken van gaten geen probleem vormen. Toch ga ik ook nog op zoek naar een paar mooi gevormde stronken om een aantal varens in te planten. Altijd is er wel een plekje te vinden in onze tuin om nog een boom stronk ergens tussen te plaatsen, ook al zal dat moeilijk worden.
De varen, geen opvallende verschijning, geen mooie bloementuil, eigenlijk een doodgewone plant maar o, wat een schoonheid. In de 19de eeuw nam deze plant een belangrijke plaats in. De liefde voor deze plant was overweldigend en zelfs zo groot dat één kweker 50 variëteiten van de tongvaren, Phyllitis, aanbood. De prijs voor sommige van deze tongvarens, als je het zou omrekenen naar deze tijd, zou zo’n € 45,00 zijn.
In Engeland, het planten land bij uitstek werd in 1699 het inheemse assortiment uitgebreid met 2 planten uit Madeira en bijna een eeuw later kwamen er nog eens 37 nieuwe soorten bij uit West-Indië.

In dezelfde tijd ontdekte een op Jamaica woonachtige arts hoe je varens kon vermeerderen. Ondanks het grote aanbod van varens waren de mensen niet enthousiast. Een arts in Londen, Nathaniel Ward, had meerdere planten in een rotstuin geplant maar door de schadelijke gassen van de fabrieken hadden ze geen overlevingskans. Door toeval ontdekte hij in 1829 dat planten gehouden in glazen kassen er mooi en gezond uitzagen. Zo ontstonden er miniatuur kasjes, soms in de vorm van de Taj Mahal of het Paviljoen van Brighton. Natuurlijk kon niet iedereen zo iets betalen, de armere mensen moesten tevreden zijn met eenvoudige exemplaren.
De Engelse kwekers waren natuurlijk blij met deze minituintjes en deden hun best om nieuwe tropische varensoorten aan de man te brengen. Voor een generatie die dol was op exotische varens en die poppenhuizen bouwde voor volwassenen, was de miniatuur varenkas de perfecte samenstelling. De voorliefde voor versieringen was te merken aan de kasjes. Hoekig, rond of gewelfd en vol versieringen stonden deze landschapjes in miniatuur in de woningen.
Tegenwoordig zul je dit soort kasjes niet meer in huis aantreffen, tijden veranderen en zo ook de smaak van de mensen. Gelukkig blijven we in de tuinen wel varens zien, vooral de altijd groene varens zie je regelmatig. Zelf zou ik mij een tuin zonder varens niet voor kunnen stellen. Het is zelfs mogelijk om een verplaatsbare tuin te maken met varens, dit systeem kun je in noordelijke maar ook in mediterrane tuinen toepassen. Rond een vijvertje kun je varens in potten in steeds weer verschillende samenstellingen plaatsen. Bovendien hoef je maar naar het weerbericht te luisteren en kun je de subtropische varens binnen zetten.

Deze foto van een verplaatsbare tuin staat in de Time-Life planten encyclopedie Varens.
Fijne dagen


