volle borders

Gisteren las ik een stukje op de site van AnneTanne over arbeidsarme groene weelde. Onze borders in de tuin staan vol, geen onkruid te bekennen. Op de bodem ligt compost en zelf gehakselde snippers van snoeiafval, door deze combinatie van bodembedekking doet onze tuin het zeer goed. Soms te goed, vorig jaar heb ik veel planten naar de moestuin verplaatst. In gedachten zag ik, voor dit jaar, een iets minder woeste tuin maar niets is minder waar. De borders staan overvol.
Waarom lukt het mij toch niet om zo’n tuin te realiseren die we tegen komen op onze tuinreisjes, alles zo keurig en precies op kleur. Vermoedelijk omdat zo’n tuin niet bij me past, volgens insiders klets ik te veel met mijn planten en willen ze allemaal hun best doen voor me om nog groter te worden dan de plant die ernaast staat. Eigenlijk een pracht om te zien. Planten die volgens de boekjes zo’n 30-40 cm kunnen worden bereiken bij ons vaak de dubbele hoogte. Deze tuin zal dus wel bij ons passen, weelderig groen en laten we dus maar genieten van de overdaad aan planten en bloemen.

De akelei die vorig jaar in verschillende kleuren in onze tuin stonden hebben dit jaar alleen de kleur paars. Een zucht van verlichting bij Peter, hij houdt van de oorspronkelijke akelei met zijn mooie kleur. De gecultiveerde soorten in wit, geel of combinatiekleuren vindt hij niet mooi. Het liefst haalt hij die gelijk uit de tuin maar daar steek ik dan een stokje voor. Deze speling van de natuur vind ik wel mooi.
De hosta’s in de tuin staan ook dit jaar weer prachtig, geen slakkenvraat te bekennen. De kikkers en salamanders doen hun best om zoveel mogelijk slakken te verschalken. De ridderspoor, vorig jaar gekocht in de kwekerij bij de tuin van Karl Foerster, staat in bloei met bloemen in een fantastische kleur blauw. Ook kunnen we dit jaar weer genieten van de Keverorchis en de Rietorchis, de laatste vermeerderd zich ieder jaar maar de Keverorchis laat het bij één exemplaar maar daar genieten we dan ook dubbel van. Wie heeft hem in zijn stadstuintje?

De ramblerrozen groeien ook erg snel, nog een jaartje en dan kan ik genieten van een natuurlijk overdekt terras met gezoem van hommels en bijen. Deze week heb ik toch de verleiding weer niet kunnen weerstaan en tijdens de voorjaarsmarkt bij de Oranjerie, 3 varens gekocht, ja Fons weer een paar voor mijn collectie, het zijn de Polystichum setiferum Congestum, Dwergnaaldvaren, de Asplenium trichomanes, Streepvaren en de Athyrium f.-f. Frizelliae en 2 planten die luisteren naar de mooie naam Anemone Leveillei met een wit bloempje met een zweem blauw aan de onderkant van de bloem. Gisteren in het tuincentrum nog gezwicht voor een Aconitum septentrionale Ivorine, een witte Monnikskap, afgelopen zondag gezien in de heemtuin van het Amstelpark in Amsterdam. Nu mag ik echt niets meer kopen want de tuin is vol, of zou ik in juli tijdens de tuinreis naar Picardië en Normandië de verleiding weer niet kunnen weerstaan….....

Onbekend gewasje

Sinds vorige week staat er een bolgewasje te bloeien in de tuin. Het lijkt een Iris gewas maar de kleur van de bloem kwam mij niet bekend voor. De lippen zijn zwartpurper. Ondertussen ben ik wat wijzer geworden, zoekend naar een andere plant kwam ik een foto tegen van deze bloem. Het is een Hermodactylus tuberosus, Vingerknol of Knobbelachtigh Lisch, zoals hij in Vlaanderen wordt genoemd, familie van de Iris. Zelf heb ik dit knol wortelstokje niet gekocht.

Misschien staat hij al langer dan een week te bloeien maar door zijn fraaie schutkleuren valt het bloempje tussen andere bollen niet op. De kleur vind ik heel apart en als er meerdere bij elkaar staan zal het gewasje zeker zeer opvallend zijn. Volgens het tuinboek breidt dit knolgewasje zich zeer goed uit. Zo kom je in de tuin ineens iets onverwachts tegen. Een aangename verrassing.
De naam van deze plant verwijst naar de god Hermes en Daktylos naar ‘vinger’. De naam van de god Hermes zou komen van de opvallende kleuren van de bloem die lijken op de slangenmuur; symbool van Hermes.
De Hermen, steenhopen die de weiden afbakenden en later de wegen markeerden, waren aan de god Hermes gewijd. Misschien een mooie naam voor de slingermuur in de tuin van Anne Tanne. Dat stukje gaat over De Slinger, een nieuw-biotoop.
De Hermen klinkt wel goed. Het plantje groeit in het wild op berghellingen en ik neem dus aan dat het graag in kalkrijke grond staat. Voor mij dus een optie om wat kalk rond dit knolletje te strooien en misschien voor Anne Tanne om dit plantje op ‘De Hermen’ te plaatsen.

De plant groeit met een vingervormige knolvormende wortelstok.
De herkomst van dit gewasje is Zuid-Europa, Turkije en Noord-Afrika. In het Cruijdeboeck van 1554 wordt in Deel 3 Capitel 40 dit gewasje al genoemd.
Zou dit knol wortelstokje gelijk met de stinzenplanten ingevoerd zijn in Nederland? Zelf ben ik dit plantje in een stinzentuin nog niet tegen gekomen, misschien dat er iemand is die mij iets meer over dit plantje kan vertellen?
Alleen door zijn kleur al ziet hij er betoverend uit. De zwartpurperen blaadjes lijken van afstand echt zwart. Een kleur die je in de bloemenwereld toch zelden ziet meestal is de kleur donkerpaars. Op de foto lijkt het meer of er een bruine waas over de lip ligt.

Stil in de vijver

Vanmorgen kwam ik er niet aan toe om me aan te kleden, verschillende keren ben ik in mijn duster naar buiten gerend. Een reiger verstoorde mijn rust.
Gisteren zag ik hem weg vliegen met de pootjes van een kikker nog uit zijn bek maar het zijn wel mijn kikkers uit mijn vijver. Afblijven dus!

Hoeveel kikkers zou hij ondertussen verschalkt hebben? En salamanders, het is op het moment erg stil in en bij de vijver. Zijn ze geschrokken van de reiger of misschien van mij of toch allemaal verdwenen in de maag van de reiger. Ik weet, het is de natuur maar rond om ons is zoveel water, sloten en plassen, waarom dan mijn kleine vijvertje waar ik zo trots op ben.
Het pluspunt is natuurlijk wel dat ik vanmorgen iets aan mijn conditie gedaan heb. De hartstichting kan tevreden zijn. Door het noodgedwongen rust houden deze winter zijn er wat kilootjes bij gekomen, zou de hartstichting misschien wat reigers inhuren …... meer bewegen is wel hun motto. Gezonder leven, meer bewegen, met een moestuintje en een reiger moet dat natuurlijk lukken.
Boos ben ik op zoek gegaan naar iets dat de vijver beschermd, de aanvliegroute is vrij open. Boom bij de buren gekapt en bij ons in de tuin, de grote bos Pampasgras afgeknipt. De vijver ligt er nu open bij.
Rondom de vijver heb ik nu Tonkinstokken en metalen spiralen gezet. Nino en Mina zitten er als een wacht tussen, helaas als de reiger komt vinden ze dat toch een beetje griezelig. Iets wat ik begrijp, die vogel is ook wel erg groot. Op een afstandje gaan ze dan met zijn tweeën zitten mekkeren en ja, daar raakt zo’n reiger niet van onder de indruk.

De kleine watersalamander doet het juist zo goed in ons stadstuintje, op verschillende plaatsen in de tuin zijn schuilplekken en overwinteringsplaatsen. Dit jaar al een aantal mannetjes en vrouwtjes salamanders in de vijver gezien. Het zou toch jammer zijn als ze allemaal opgegeten worden. Het is na de bruine kikker en de gewone pad wel de meest voorkomende amfibie in Nederland maar dan nog, zo vaak zie je ze niet in een stadstuin.

Twee jaar geleden krioelde het in de vijver van de bruine kikkers, een pracht om te zien. Dit jaar zal het rustig zijn, bedankt meneer of mevrouw Reiger, laten we hopen dat er zich toch nog een paar kikkertjes verstopt hebben onder de waterplanten. Zouden ze zo slim geweest zijn? Vanavond maar een stuk gaas over de vijver plaatsen. Dat vind ik niet mooi maar voorlopig zie ik geen andere optie.
Wil toch dit jaar graag nog wel een kikkertje op visite hebben, heerlijk naast me zittend op de bank. Samen even kletsen over het mooie weer en die vervelende reigers en katten die constant rond de vijver lopen op zoek naar een kikker. De katten gunnen de kikkers nooit eens rust, af en toe plagen ze even maar de kikkertjes of salamanders opeten, nee, dat doen Mina en Nino gelukkig niet.

Onverwachts

Drie jaar geleden een Helleborus niger met een zwarte bloem gekocht bij Kwekerij De Morgen. De plant een mooi plekje gegeven in onze tuin en…....... nooit meer gezien. Dit jaar kwam er voorzichtig een steeltje boven de grond, zou het de Helleborus niger zijn? En ja, na drie jaar staat hij te pronken in onze tuin. Nog wel wat voorzichtig, veel blad is er niet te zien maar hij heeft drie knoppen waarvan vandaag de eerste bloem open ging. Tussen de natte sneeuwbuien door toch nog even een foto gemaakt. Door de kou besloeg mijn lens maar het zijn nog een paar aardige foto’s geworden.
Geduld en nog eens geduld moet een mens hebben, eerlijk gezegd had ik hem al afgeschreven, ik had niet verwacht dat ik deze plant nog terug zou zien. Vandaag heb ik hem aan alle kanten bewonderd met zijn mooie donkere, meer donkerpaars dan zwarte bloembladeren. De crème meeldraden vormen een mooi contrast.

Ondertussen staan er zeven soorten Helleborus in onze tuin en daar zal ik tevreden mee moeten zijn, geen plek meer. Deze zomer wil ik ook graag wat zomerbloeiers zien. Deze week verschillende soorten gezaaid en daarvan zijn er al een aantal aan het ontkiemen. De éénjarige geel/blauwe lupine, Lupinus cruikshankii ‘Sunrise’, de Ipomée, blauwe klimmende winde, Papaver somniferum in het wit en het klavertje vier, Oxalis valdiviensis steken al met een enkel blaadje boven de stekaarde uit. In de voortuin wil ik deze zomer meerdere potten met Lathyrus odorata plaatsen, in de kleuren wit en donkerblauw. De zaden ga ik dit weekend in turfpotjes voorzaaien en dan maar hopen dat er een zee van bloemen deze zomer langs de tonkinstokken hangen. Een compensatie voor de vele plantloze tuintjes in ons rijtje huizen.

Lentebloeiers

In de tuin staan al verschillende planten in bloei, de Narcissus ‘Hawera’. die vorig jaar pas in april in bloei stond staat nu al heerlijk te geuren met zijn kleine heldergele bloemen. De meest gekochte voorjaar narcis in pot, de tête-à-tête staat op verschillende plaatsen in de tuin te pronken.
De stengelloze sleutelbloem, Primula vulgaris, bloeit al vanaf half januari, nooit stond deze zo vroeg in bloei bij ons. De eerst knopjes zijn ook al te zien in Primula elatior, slanke sleutelbloem, de eidooiergeel bloeiende Primula veris is nog niet te zien. Deze soort heeft het in onze tuin moeilijk maar toch ieder jaar zien we wel een aantal plantjes verschijnen, het is nog vroeg in het jaar dus we blijven hopen.
De Clematis Armandii hangt vol met knoppen en bloemen. Nog een enkele verlate Winterakoniet wordt bezocht door een insect, die op het felle geel van het plantje in de zon afkomt.
De Helleborus angustifolia, Nieskruid, doet het dit jaar zeer goed, de plant zit vol grote trossen met bloemen. De Helleborus foetidus is een zaailing en heeft dit jaar nog geen bloemen. Tussen de rode Helleborus orientalis zit een witte bloem, een mix van twee planten. Bij het verhuizen van de planten 4 jaar geleden naar onze nieuwe tuin zijn ze vermoedelijk samen in een plantgat geplaatst maar het kan natuurlijk ook een speling van de natuur zijn.
De Pachysandra terminalis is een bodembedekkend heestertje die van schaduw en halfschaduw houdt. Officieel heeft dit heestertje geen Nederlandse naam, zijn naam is een samentrekking van de Griekse woorden pachus = dik en andros = man. Het is een verwijzing naar de dikke meeldraden van de bloem. Dikke man klinkt wel leuk voor dit ijverige plantje.
De foto in het midden is van Felis catus, één van de oudste huisdieren van de mens, deze goeie lobbes luistert naar de mooie naam Nino en leeft nu ruim een maand bij ons. In de tuin voelt hij zich op zijn gemak en banjert heerlijk tussen en over al die mooie bloeiende plantjes.
De Puschkinia libanotica met zijn lichtblauwe bloempjes met grijsblauwe streep verwilderd makkelijk als hij een plaatsje in de volle zon of half schaduw heeft. Dat dit plantje zo heerlijk verwilderd is fantastisch, het is een mooi gezicht hoe de kleine bloempjes boven de grond komen.
De Leucojum verum, het Lenteklokje, uit een rozet van bladeren komt een hoge bloemstengel met bolvormige knikkende bloempjes, dit jaar is er een bloempje een beetje dwars, zijn knikkende hoofdje heeft hij omgedraaid naar de stralend blauwe lucht en viel voor mij wat makkelijker te fotograferen.
Pulmonaris officinalis ‘Sissinghurst White’. Longkruid, bloeit dit jaar eerder dan het Gevlekte Longkruid, dit jaar zijn er alleen nog maar blaadjes te zien van de Pulmonaris officinalis, vorig jaar denk ik toch te veel verwijderd van deze plant. De pol werd erg groot waardoor hij andere planten overwoekerde en heb ik dus drastisch een deel weg gehaald. Dit jaar word ik dus gestraft en heeft geen zin om te bloeien.
De Scilla siberica, Oosterse Sterhyacint, met knikkende kleine blauwe bloempjes duiken verspreid door onze tuin op, eind dit jaar wat meer bolletjes plaatsen, er is vast nog wel een plekje te vinden.
Verder staan nog de Ranunculus ficaria, speenkruid, de Muscaris botryodis, het Blauwe druifje, Crocus tomassinianus, Crocus tomassinianus ‘Ruby Giant’, Boerencrocussen, Galanthus nivalis, gewoon Sneeuwklokje, Viola odorata, Maarts viooltje en de Anemone Blanda, het bosanemoontje in bloei.
In het midden van deze foto zie je Felis catus, dit schatje die luistert naar de naam Mina, denkt dat het gras bij de buren groener is. Stiekem glurend door het gaas kijkt ze of de vogeltjes in de tuin van de buren te bereiken zijn.
Dit is het lijstje van mijn voorjaarbloeiers en het valt me niet tegen voor begin maart.


