Bijen in Den Helder

Vandaag is in Nederland de start gegeven van het Internationaal jaar van de biodiversiteit dat gebeurde in Leiden. Ook is vandaag de lancering van Het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit.
Biodiversiteit is al het leven op aarde, ook de bijenvereniging houdt zich bezig met biodiversiteit, op 19 februari wordt er samen met de afdelingen Beemster, West Friesland, N-H Midden, Den Helder, Zijpe en Zaanstreek een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd met als thema:
‘Wat kunnen wij, in dit agrarisch deel van Noord-Holland doen om de biodiversiteit te verhogen? ‘
Bijen en biodiversiteit, bijen zijn voor de bestuiving noodzakelijk maar bijen kunnen niet zonder de diversiteit van planten. Zonder elkaar zijn ze niets. Dit jaar proberen we onze moestuin zo bij-vriendelijk als mogelijk is te maken. Een kruidentuin, fruitbomen, fruitstruiken maar ook een pluktuin en natuurlijk de groentetuin. We hopen dat we het dit jaar overal horen zoemmmmmen. Wij willen ons steentje bijdragen of liever plantje bijdragen.
Struiken zijn ideaal voor biodiversiteit, het is een leefgebied voor insecten, vogels en zoogdieren. Op onze moestuin hebben we langs beide zijden struiken geplaatst, zoals kruisbessen, rode bessen maar ook vlinderstruiken.
Helaas is onze tuin niet groot genoeg voor een Wilg, gelukkig staan er op ons complex wel een paar wilgen. Wilgen zijn in het vroege voorjaar een leverancier van stuifmeel voor de bijen. Vaak zie je de bijen met hun pootjes vol stuifmeel aan komen vliegen, het lijkt net of ze gele wollen sokjes dragen. Niet alleen de honingbijen houden van de Wilg maar ook bij solitaire bijen is de Wilg favoriet.
Op bovenstaand kaartje van de bijenvereniging zie je overal kruisjes staan, deze kruisjes betekenen dat daar bijenkasten staan. Dit kaartje is alleen van Den Helder maar ook in Julianadorp staan meerdere bijenkasten. De bijen kunnen bijna heel het Heldersche gebied bestrijken. Even ten noord-oosten van Huisduinen zie je de woorden ‘ons complex’ staan, dat is het plekje waar wij vaak te vinden zijn. Op nummer 63 vindt je onze moestuin. De bijen staan nu nog in de bijenstal maar zodra de temperaturen het toelaten verhuizen ze weer naar ons complex.
Volgende week begin ik met het zaaien van de plantjes voor pluk en moestuin. Dit weekend ga ik alles uitzoeken, er staat een grote bak vol zaden, via de Bigswap heb ik veel soorten in mijn bezit gekregen. Als ik zo kijk denk ik dat heel ons complex gevuld kan worden met planten. Niet alleen ons tuintje.
Verheug me in ieder geval op het voorjaar en de bloemenweelde die er dan in onze tuin te zien is.
Eeuwenoud maar springlevend

Hebt u ooit gehoord van ‘s Hertogenbosaardbei of Dotterdam? Nee?....., nu in de botanische tuinen van Utrecht, Fort Hoofddijk komt u deze plaatsnamen tegen.
Leuke namen, wie zou er niet willen wonen in een plaats met van die vrolijk klinkende namen, Bevertjeswijk of Korenbloemendaal. Als je alleen die namen al hoort krijg je een prettig gevoel.
Voor mij zijn deze botanische tuinen de mooiste van Nederland maar en daar moet ik heel eerlijk in zijn, de kassen vormen voor mij een minpunt. De kassen van de Hortus in Amsterdam zijn vele malen mooier dan hier op Fort Hoofddijk. Zonde, de kassen lijken een beetje het stiefkindje van dit complex en ook de vreemde verhoogde vijver voor de kas verdient geen schoonheidsprijs.

De tuinen echter zijn zo mooi ingericht, de Thema tuin met 18 verschillende thema’s zoals: parasieten en halfparasieten, planten uit de bijbel, homeopathie, magie en religie en nog veel meer thema’s, hier mag een ieder snuffelen en voelen aan de planten. De Vlinderhof, de systeemtuin, de border met éénjarige planten, de vele soorten bamboe en niet te vergeten de rotstuin.
In een klein landje als Nederland ligt één van de grootste rotstuinen van Europa met een waterval. Met veel fantasie kun je even het gevoel krijgen dat je na een beklimming van een bergtop beloond wordt met het ruisen van een waterval.

In de jaren zestig van de vorige eeuw is de rotstuin van het Cantonspark in Baarn afgebroken en met deze stenen is de basis gelegd voor de rotstuin op Fort Hoofddijk. Tonnen steen zijn er daarna uit de Belgische Ardennen aangevoerd om de rotstuin te maken tot wat het nu is, een plaatje.
De botanische tuinen bestaan al sinds 1639, echter niet altijd op deze locatie, in de loop van de tijd heeft de tuin verschillende locaties gekend en is sinds 1963 gevestigd op Fort Hoofddijk en daar gegroeid tot een tuin met allure. Op Fort Hoofddijk kun je 6000 verschillende planten vinden, een dagje daar rond zwerven is een genot, iedere keer zie je weer iets nieuws. Dit jaar ben ik er twee keer geweest, een keer in mei en een keer in juli, en telkens zie je andere planten. Deze zomer is er een expositie van tropische vlinders en van vleesetende planten.
In de kas fladderen verschillende soorten vlinders om je heen, foto’s maken is moeilijk, Peter heeft het geprobeerd maar dat viel niet mee, ze zitten geen moment stil.

Tuinen kijken is vermoeiend dus af en toe even de benen rust geven, daarvoor streken we neer op het terrasje en met een overheerlijk broodje uit het restaurant hebben we de inwendige mens ook veel plezier gedaan. Terwijl ik dit schrijf geniet ik na van deze heerlijk dag.
De border met éénjarige planten was een genot om te zien, Salvia vitidis, Bonte Salie, met zijn aparte blauwe of roze bladkleur, Nicotiana alata, Siertabak, Nicotiana sylvestris, Bostabak, Cleome spinoza in wit en roze, Kattesnor en nog zoveel meer, te veel om op te noemen.
Iemand die ik goed ken was nooit zo gecharmeerd van éénjarige planten totdat hij deze border zag. Toch wel mooi hé Peter.
De Salvia vitidis heb ik op mijn verlanglijstje staan, in gedachte zie ik deze mooie bladplant al tussen mijn verschillende soorten gele Rudbeckia’s staan. Een apart contrast.

Verschillende soorten Dahlia’s, mijn familie zegt bij het lezen van dit stukje nu Dahliassen omdat mijn vader deze planten zo noemde, ook deze soort met de vreemd gevormde blaadjes kun je hier vinden. De bloempjes lijken op de wieken van een windmolentje die je in je jeugd op de kermis kreeg. Natuurlijk is deze soort toegevoegd aan mijn wenslijstje voor de moestuin, want een moestuin zonder Dahlia’s bestaat voor mij niet, ook al dacht ik hier een aantal jaar geleden anders over maar ja een mens wordt ouder en dan gaat nostalgie ook een grote rol spelen.
Bamboe heeft voor mij iets magisch, de stengels geven een apart effect. De vele soorten en kleuren van deze stengels nodigen uit om ze te fotograferen en kijk je dan door je oogspleetjes door een woud van staken zie je ook nog eens de mooiste achtergronden.
De kazerne op het terrein geeft ook iets extra’s aan deze tuin, het fort is uit 1879 en behoort bij de Nieuwe Hollandse waterlinie gebouwd tussen 1877 en 1879 en bevat een bomvrije kazerne, in het voorjaar zie je de helling voor het fort vol Stinzenplanten staan. Ieder seizoen heeft zo zijn charme op Fort Hoofddijk.
De naam van deze tuin is eeuwenoud maar als je hier rond loopt zie je dat de tuin springlevend is.

Vakantie

Drie weken vakantie, zoveel plannen maar de eerste week is alweer voorbij. We zijn een dagje naar de open grachtentuinen in Amsterdam geweest. Leuk om eens te zien hoe groot de tuinen zijn achter de grachtenpandjes.

De kwaliteit van de tuinen viel erg tegen, veel tuinen zien er onverzorgd uit. Zonde, je zou er zo iets moois van kunnen maken. Verder wat klusjes in huis, die natuurlijk weer langer duurden dan je verwacht had maar ook genoten bij een kopje koffie van de mooie klimroos Kiftsgate. Een roos die zeer snel groeit, getooid met trossen bloemen is hij bezig om de pergola te veroveren. Nog 2 jaar en ons natuurlijk zonnescherm is een feit.
Op de moestuin ook veel werk verricht, wat geen straf voor mij is, daar kan ik altijd heerlijk ontspannen tussen mijn groente, fruit en bloemen. Uien en sjalotjes hebben we geoogst en te drogen gehangen.

De eerste aardappeltjes, Arran Pilot, uit de grond gehaald en natuurlijk ook geproefd. Heerlijk van smaak. We zijn erg blij met ons moestuintje, je eet nu aardappeltjes die je hier in het hoge noorden niet in de winkel kunt kopen.
De eerste kruidenthee melanges zitten in de bus, van goudsbloemen, citroenmelisse, ananassalie en munt een mix gemaakt. Meerdere kruiden hangen nog te drogen aan het wasrekje en na ons weekje Frankrijk worden hier ook meerdere theemixen van gemaakt. Dit jaar hebben we een rijke oogst, de bieten zijn dit jaar niet aangevreten door de woelmuizen en menig bietje zal dus dit keer in onze maag verdwijnen, in plaats van in de maag van de woelmuizen. De eerst smoothies hebben we gemaakt van aardbei, framboos, rode en zwarte bes. Zalig.

In de stadstuin stond voor ons een onbekende plant, Peter heeft deze plant eens meegebracht van een kraampje langs de kant van de weg, dit jaar ging hij bloeien, de knop leek op een droogbloem, zo voelde het ook aan, een beetje stroachtig maar op een dag opende hij zijn knop en kwam er een gele bloem uit, met een bloeiwijze als bij een artisjok. Deze bloem had ik al eens gezien op internet en werd het zoeken makkelijker, het is een Armeense korenbloem, de Centaurea macrocephala.

Met een moestuin kun je in het seizoen niet op vakantie maar gelukkig heb ik een zoon die een weekje komt logeren en alles goed gaat verzorgen neem ik aan.
Maandag gaan we op tuinenreis naar Normandië, we starten in Picardië met een bezoek aan Jardin de Maizicourt, dinsdag kun je ons vinden in Parc Floral Des Moutiers . Het landhuis uit 1898 en de tuinen vormen samen een mooi geheel, volgens de folder, door de samenwerking van de tuinarchitecte Gertrude Jekyll en de Engelse architect Sir Edwin Litjens.
Een Franse tuin met een wel erg Engels tintje. Grote bewondering heb ik voor Gertude Jekyll, de borders die zij ontwierp zijn een voorbeeld van schilderen met planten. Woensdag bezoeken we de tuinen van Monet in Giverny, daar verheug ik me heel erg op. Vele foto’s zullen er weer gemaakt worden en misschien dat ik deze winter dan zelf weer eens mijn palet met penselen op pak.
Ondertussen is het drie jaar geleden dat ik geëxposeerd heb, daarna zijn de verfkwasten droog gebleven en het papier maagdelijk wit. Mijn schilderijen zijn natuurlijk geen topstukken, wil me zelf zeker niet vergelijken met Monet maar ik vind schilderen wel leuk om te doen. Ik heb nu besloten om keuzes te maken, iedere keer kwam er een andere hobby bij, eerst de moestuin, daarna mijn website, het secretariaat van de volkstuinvereniging en het nieuwsblad, stuk voor stuk leuke dingen. Dus iets moet er worden geschrapt op mijn lijstje, als ik ook af en toe nog eens schilderen wil.
Stinzenplanten
Dit keer eens foto’s van niet gebruikelijke soorten stinzenplanten maar soorten waarvan veel mensen niet weten dat ook deze onder de Stinzenplanten vallen.

Plotseling verschijnende stinzenplanten kondigen het voorjaar aan. Dit jaar is het voorjaar erg vroeg, in onze tuin bloeien naast Sneeuwklokje, Winterakoniet ook al het Lenteklokje en de stengelloze Primula. De eerste bloemen zie je ook al in het witte en roze longkruid. Alles uitzonderlijk vroeg.
Om de stinzenplanten hangt een mysterieuze waas. Waar komen deze planten vandaan en hoe komen ze aan hun naam? Misschien uit kruidentuinen van plattelandsartsen of meegenomen door mensen van kruistochten uit het Heilige Land of nog een andere mogelijkheid, het zouden sierplanten zijn die in vroegere eeuwen uitgeplant of uitgezaaid zijn en daarna ontsnapt aan de zorgende hand van de tuinman.
In het noorden en het westen van ons land groeien deze planten op de door de mens gemaakte stinzenmilieus, in het oosten en het zuiden van Nederland zijn het natuurlijke groeiplaatsen. De naam stinzenplant is afgeleid van het Friese woord Stins, de naam van een stenen huis na 1400. Ruim een halve eeuw is de naam Stinzenplant ingeburgerd in Nederland. In Friesland en Groningen heb je verschillende mooie Stinzentuinen.

Dit voorjaar willen we de Martenatuin in Franeker bezoeken. De eerste eigenaar heeft eind 15 de eeuw er alles aangedaan om zijn stadspaleis een prachtige uitstraling te geven. Zijn paleis is nu in gebruik als museum en in het mooie park kun je in het voorjaar o.a. Winterakoniet, sneeuwklokje, lenteklokje, voorjaarshelmbloem, holwortel, anemoon, breed longkruid, bostulp, knikkende vogelmelk, aronskelk, gewone vogelmelk, daslook, kievitsbloem en boshyacint vinden.
In onze tuin vindt je de meeste van bovenstaande soorten maar kun je in de zomer in onze tuin ook stinzenplanten vinden zoals vingerhoedskruid, adder wortel, salomonszegel en monnikskap.
Mijn vader was een echte Groninger en noemde de Monnikskap
Oadam en Evoa in ‘t hoeske, een mooie naam voor deze stinzenplant, deze plant staat op verschillende plaatsen in onze tuin, afgelopen jaar heeft hij rijkelijk gebloeid. Zo mooi met zijn diep blauwe bloemen. Ook het ‘onkruid’ Zevenblad is een regionale stinzenplant, deze heb ik op een paar plekjes in de tuin staan maar zorg wel dat het beperkt blijft. Onze tuin is niet groot genoeg om deze plant zijn gang te laten gaan. Groningers hebben mooie bijnamen voor planten zoals de tuinkamperfoelie Laive-heers-handjes en de salomonszegel Mot mit bigg’n. Dit jaar ga ik een week naar de provincie Groningen, op zoek naar de plaatsen waar mijn vaders voetstappen staan. In 1899 is mijn vader in Meeden geboren en in het plaatsnamenboek kwam ik tegen dat het dorp Bellingwolde betekent bij het woud van de familie Bellinga.
Nooit ben ik daar geweest maar de gedachte dat ik in april, de maand dat de meeste Stinzenplanten bloeien, mijn voetstappen daar zal achterlaten geeft me een rijk gevoel. Ruim een eeuw geleden dat mijn vader daar op zijn klompjes rond gelopen heeft, in een tijd dat er in die omgeving vreselijke armoede was, en dat zijn jongste dochter daar dan nu eindelijk naar toegaat. Een provincie op steenworp afstand, schandalig, Pa zou je me horen, ik ga de schade nu inhalen en verheug me om de provincie van u en uw voorouders te leren kennen. Verschillende borgen ga ik zeker bezoeken en wie weet hebben ooit voorouders van mij op zo’n borg gewoond. Een buitenstaander zegt een Groninger is rustig, nuchter, kijkt de kat uit de boom, is eigenwijs tot op het bot en zit barstens vol droge humor. Een groot deel van deze eigenschappen heb ik van mijn vader mee gekregen maar vooral het eigenwijze.

Karl Foerster
‘Man geht nie zweimal in den selben ‘Garten’.
Karl Foerster (1874 – 1970), vaste plantenkweker en tuinfilosoof.
Een levende herinnering.

Vele boeken heeft hij geschreven maar net zovele zijn er over hem geschreven. De man die altijd bezig was om vaste planten te veredelen. Velden vol met Riddersporen om dan alleen verder te gaan met die éné die geen last had van meeldauw/luis enz.
Een man met passie voor vaste planten, vooral Riddersporen, Helenium, Phlox en siergrassen waren zijn favorieten. In onze tuinen komen we nog altijd vaste planten van Karl Foerster tegen.

In 1903 begon hij in Berlijn-Westend met zijn eerste kwekerij, in 1910 verplaatste hij deze kwekerij naar een aardappelakker in Bornim bij Potsdam, op deze plek is de kwekerij nog altijd te vinden.
De verschillende tuinen die er in de loop der jaren zijn aangelegd getuigen van veel kennis. Loop je langs de rotstuin krijg je het gevoel dat je echt bovenop een berg bent. Niet zomaar klakkeloos een hoop stenen op elkaar geworpen en volgepropt met planten, nee hier dacht ik de omgeving even weg en waande me weer even boven op de Wendelstein, een berg in Zuid-Duitsland. Een verademing om te zien. Wil je een rotstuin aanleggen, boek dan eens een reisje naar Berlijn. Ga dan kijken in Bornim bij Potsdam. Iedere dag van negen uur tot zonsondergang is de tuin open. Elke tuin die je daar aantreft of het nu de dieptetuin, de lichte of volle schaduwtuin of de rotstuin is, ze zijn van een ongelooflijke schoonheid.

Vele uitspraken heeft Karl Foerster gedaan, zo ook:
‘Wie door de tuinpassie gegrepen wordt, zal nooit meer herstellen’.
Daar ben ik het mee eens, éénmaal een tuingek en het gaat nooit meer over. Daarom is het ook zo leuk om met een groep tuinfanaten op tuinreis te gaan. Je ziet ze lopen door de tuinen met hun opschrijfboekje welke plant ze mooi vinden en echt een ‘must’ is. Is er een kwekerij bij de tuin dan wordt er gelijk gekeken of deze plant te koop is. Heerlijk, je bent gelukkig niet de enige die vol passie naar een bloem kan kijken. In stille verwondering naar dat mooi gevormde kelkje met zijn slanke meeldraden.
We zijn die middag rondgeleid door ook zo’n tuinfanaat. Deze man was in zijn jonge jaren een leerling geweest van de grote meester, nu bracht hij zijn kennis over aan leerlingen van de tuinbouwschool.

Af en toe gaf hij nog rondleidingen in de tuinen in Bornim. Een schitterende man, de vreugde straalde van zijn gezicht, tijdens zijn verhaal over Karl Foerster, de kwekerij en de tuinen. Voor de groep tuinliefhebbers uit Holland zou hij langzaam praten, zodat we het allemaal zouden begrijpen. Zijn enthousiasme was echter zo groot dat zijn woorden in ijltempo over zijn tong rolden. Dankzij mijn Duitse ‘verleden’ kon ik alles verstaan en heb ik bijna aan zijn lippen gehangen en alle informatie opgezogen.
Het is een onvergetelijke middag geworden.
De dieptetuin is de mooiste tuin die ik tot nu toe gezien heb, het hoogteverschil, de vijver, de oude gestutte bomen, de vele wuifende grassen en de stralende helenium soorten gaven deze tuin een heerlijk zomers gevoel. Je werd er echt blij van.

Beschermd tegen middaghitte, zat ik in de schaduw van de fruitboom aan de rand van de moestuin en sliep.
Het was, alsof ik droomde van die mooie zomerwereld,
of droomde de mooie zomerwereld van mij.
Ik werd half wakker en dacht stil: Waar ligt dan deze aardkust?
Als het nu toch oneindig is, waarin ze ligt,
en als de blauwe ruimte met altijd nieuwe wereldkusten
zonder einde in eeuwige diepten reikt,- dan bestaat er geen ‘Waar.’
Het maakt niet uit , in welke sterrenzone ook, in het kleine fruittuintje kan alles omgedraaid worden.
Eigenaardig, hoe het leven ruist en oude oorden steeds weer volkomen nieuw lijken.
Karl Foerster

De tuinen van Karl Foerster staan nu onder natuurbescherming en zijn een monument geworden.
Het is vast de moeite waard om deze tuinen in verschillende seizoenen te bezoeken maar als dat niet mogelijk is, kun je altijd nog de DVD ‘De tuin der zeven seizoenen’ kopen.
Als buiten de wind om het huis giert en de regen tegen het raam klettert, kruip je heerlijk op de bank, zet je de DVD aan en droomt weg bij het zien van de tuinen van Karl Foerster.
vertaling gedicht: Dini Bellinga

Om dromen te verwezenlijken moet men wakker zijn en meer dromen dan anderen.

