De lente komt van ver
De lente komt van ver, ik hoor hem komen
en de boomen hooren, de hooge trilboomen,
en de hooge luchten, de hemelluchten,
de tintellichtluchten, de blauwenwitluchten,
trilluchten.
O hoor je haar komen
met je zachte warme vingeren
hoog trillende in de bloeme-
luchten die rondom klingelen?
met je vlottend haare
met het licht gebaren
van je blauwe vervlietende oogen
in het allerhooghooge
het hoogheilige luchtige goudluchtere licht?
hoor je ‘m komen tederstil licht?
Bovenstaand is een fragment uit een gedicht van Herman Gorter.
Kijk ik uit mijn raam zie ik een stralend blauwe lucht en krijg ik een lentegevoel. Mijn blik mag echter niet verder naar beneden dalen want dan aanschouwt mijn oog, daken met sneeuw en een wit besneeuwde tuin.
Ik hou van witte tuinen maar dan bedoel ik een tuin vol witte bloemen. Een tuin vol tederstil licht. Wat verlang ik naar de lente, als de eerste zonnestralen het klimop bereiken. Deze week ga ik witte bloemen zaaien in potjes op de vensterbank, de Ammi majus, witte Dille, een pracht op ranke steeltjes. Deze plant vlecht ik dit jaar door de border van mijn stadstuin samen met Cleome spinosa ‘Helen Campbell’, kattesnor. Ook in mijn pluktuin komen deze planten te staan, mooi om te verwerken in bloemschikken. Een oude liefde die ik weer gevonden heb.

Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

