Kikkers en Salamanders

Dit jaar is het in de vijver niet zo druk geweest. Geen gekrioel, zo als vorig jaar waarbij het water golfde en je de hoeveelheid kikkers niet kon tellen. De reiger heeft dus heel wat maaltijden genuttigd in onze tuin. Niet dat de vijver helemaal leeg is maar het kikkerdril is wel beperkt tot één kluwen. Vorig jaar was het hele oppervlak van de vijver bedekt met dril. Vijand nummer 2 heeft zich ondertussen ook aangemeld voor de bruine kikker, de kleine watersalamander (Triturus vulgaris) vind het heerlijk om de eitjes van de bruine kikker (Rana temporaria, wat een mooie naam voor dit beestje) op te peuzelen.
De kleine watersalamander is de meest algemene soort amfibie na de bruine kikker en de gewone pad lees je in de veldgids. Dat kan wel zo zijn maar ik vind het ondanks dat het een algemene amfibie is een prachtig beestje en ben blij dat hij het zo goed doet in ons toch wel kleine vijvertje. Net als vorig jaar zijn ze bezig om hun eieren af te zetten. Een heel ritueel wat tijdens de balts gepaard gaat met veel staartgewapper van het mannetje. Zijn bruiloftskleed ziet er dan heel mooi uit.

Nu geduld hebben tot de eitjes uitkomen, dat duurt zo ongeveer vier weken, vier maanden later zijn het volwaardige kleine watersalamanders. Bij de kikkers gaat het iets sneller na drie maanden is de metamorfose compleet. Gisteren was er nog één kikker die riep om een vrouwtje, zijn zacht knorrend gekwaak hoorde je nog de hele dag. Vanmorgen zag ik dat hij zich met een vrouwtje gevestigd heeft in het andere vijvertje. Dat vijvertje is negentig bij negentig centimeter.

Het vijvertje is een aantal weken geleden helemaal leeg gehaald, het was verzakt. Gelukkig was er nog genoeg regenwater in de ton en hebben we het vijvertje daar weer mee gevuld. De waterplanten er weer in geplaatst en ondertussen staat de dotter alweer in knop.
De schuilplaatsen in onze tuin beginnen ook wat minder te worden, de boomstammetjes beginnen langzaam te composteren. Dit jaar weer wat nieuwe stammetjes verzamelen. Het nieuwe gebroed moet als ze de vijver gaan verlaten zich ook weer kunnen verschuilen.

Vaak probeer ik een passend gedicht te vinden maar ik denk dat kikkers niet zo tot de verbeelding spreken van dichters, veel mensen vinden kikkers vies of eng. In een boekje samengesteld door Willem Wilmink vond ik wel een gedicht over dikkopjes.
Jan Kal schreef in 1969 dit gedicht:
Dikkopjes
In slootjes langs de landjes zaten prooien:
je greep voorzichtige met je blote hand
die larven bij hun lurven, om aan land
het zwemmertje in ‘t emmertje te gooien.
Daarna thuis in een bak met glazen wand.
dikkopjes: slokopjes van watervlooien.
In de praktijk loopt het meestal slecht af voor deze diertjes, ook in mijn jeugd heb ik dikkopjes gevangen, in een glazen jampotje gedaan, een paar gaatjes in het deksel en na een aantal dagen zat je heel verdrietig naar alleen maar levenloze dikkopjes te kijken. Ook in dit gedicht verloopt het niet anders en is het slot heel triest:
uit school vond ik op ‘t gloeiende balkon
verdroogde kikkerlijkjes, in de zon.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

